Startpagina >> Actueel >> Nieuws

Nieuws

Schippers: 'Medezeggenschap dicht bij de plaats waar zorg wordt verleend'

Iedere locatie een cliëntenraad of kan de medezeggenschap op lokaal niveau ook informeel worden geregeld? Hierover deed de Hoge Raad onlangs een uitspraak. Kamerleden Bouwmeester (PvdA) en Dik-Faber (CU) stelden naar aanleiding hiervan vragen aan minister Schippers over de gevolgen van die uitspraak voor de medezeggenschap van cliënten. 

Eind vorig jaar verscheen er een uitspraak van de Hoge Raad over een zaak waarin twee lokale raden van een zorgaanbieder zich niet konden vinden in de situatie die na herinrichting van de medezeggenschap was ontstaan. Dit nadat er al eerder een uitspraak was gedaan door de Kantonrechter en, in hoger beroep, door het Gerechtshof die de raden in het gelijk stelden. De Hoge Raad oordeelde echter dat een zorginstelling kan volstaan met een cliëntenraad op centraal instellingsniveau. Kamerleden Bouwmeester (PvdA) en Dik-Faber (CU) stelden vragen aan minister Schippers (VWS) over de gevolgen van de uitspraak van de Hoge Raad voor de medezeggenschap van cliënten in zorginstellingen.

Kamervragen

In haar antwoord op de Kamervragen geeft Schippers aan de mening te delen dat medezeggenschap zo lokaal mogelijk moet worden vormgegeven. Bij de totstandkoming van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) is dat ook de bedoeling van de wetgever geweest, zo vermeldt Schippers. De Hoge Raad stelt in zijn arrest dat er op het organisatorisch niveau van medezeggenschap spanning is ontstaan tussen de huidige wettekst van de Wmcz en de bedoelingen die de wetgever ten tijde van de totstandkoming van de Wmcz blijkens de memorie van toelichting voor ogen had. Verduidelijking door de wetgever over het niveau waarop de medezeggenschap plaats dient te vinden is gewenst.

De minister heeft aangegeven dit in het wetsvoorstel Wmcz te zullen verduidelijken. Zij is voornemens om specifiek voor instellingen waar mensen langdurig verblijven en instellingen die thuis zorg verlenen aanbieders te verplichten een cliëntenraad per locatie, zorgsoort of doelgroep in te stellen indien cliënten of hun vertegenwoordigers beargumenteerd hierom verzoeken.

Dit onderschrijft het LSR. Niet een zorgaanbieder, maar een cliëntenraad moet er zelf voor kiezen om lokaal niet een cliëntenraad, maar een alternatieve vorm van medezeggenschap in te richten. Overigens voldoet de Wmcz goed als richtlijn bij alternatieve vormen van medezeggenschap, zo weet het LSR uit ervaring. De vrees voor moeilijkheden bij de inrichting van formele medezeggenschap in het geval van bijvoorbeeld zelfsturende teams is weliswaar vanuit het gezichtspunt van de zorgorganisatie begrijpelijk, maar onnodig, aldus Jasper Boele, directeur van het LSR. 'Er zijn vele goede ervaringen waar medezeggenschap op een andere wijze wordt vormgegeven dan een vaste vertegenwoordiging zoals een cliëntenraad.'

Effect van medezeggenschap

Boele: 'Uiteindelijk gaat het bij medezeggenschap om het doel, het effect, om de dialoog en het echt horen van de cliënt, zodat zorginstellingen beleid kunnen ontwikkelen dat aansluit bij de wensen en behoeften van cliënten. Formele rechten moeten daarbij niet als last, maar als een norm en leidraad worden gezien. Wettelijke kaders zijn daarbij behulpzaam omdat ze een norm, een richting aangeven daar waar medezeggenschap van cliënten niet vanzelfsprekend is. De uitspraak van de Hoge Raad laat vooral het belang zien dat de herziene Wmcz beter aansluit bij de bedoeling, zoals de minister zelf ook aangeeft.'

Het LSR is dan ook blij met de reactie van de minister dat zij in het nieuwe wetsvoorstel het instellingsbegrip wil loskoppelen van een toelating in het kader van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) en voor het begrip 'instelling' aansluiting wil zoeken bij de definitie uit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz).

De minister benadrukt verder nog dat cliëntenraden om zich onafhankelijk van het bestuur op te kunnen stellen, beschikking moeten hebben over voldoende faciliteiten en middelen. 'Ik ben voornemens om in het wetsvoorstel te regelen dat de instelling de cliëntenraad het gebruik dient toe te staan van de voorzieningen die de cliëntenraad redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van zijn taak en de kosten dient te financieren die de cliëntenraad redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van zijn taak,' aldus Schippers.

Vertraging wetgeving

Kamerleden Dik-Faber en Bouwmeester vragen zich verder af hoe de minister wil voorkomen dat de vertraging in de wetgeving over medezeggenschap ertoe leidt dat cliënten en patiënten het sluitstuk worden van beleid. Schippers heeft aangegeven dat cliëntenraden en hun koepels uitvoerig hebben gereageerd tijdens de internetconsultatie van het wetsvoorstel. 'Deze reacties zijn zeer vruchtbaar gebleken voor verdere en nog meer gerichte versterking van de positie van cliënten en cliëntenraden. Zij leiden tot fundamentele aanpassingen van het wetsvoorstel en kosten daarom iets meer tijd dan aanvankelijk voorzien. Ik vind het belangrijk – juist ter versterking van de positie van cliënten – om deze aanpassingen toch door te voeren,' laat Schippers weten.

Het wetsvoorstel wordt naar verwachting in maart in de Ministerraad besproken. Daarna zal het worden aangeboden aan de Raad van State. Vervolgens zal het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gaan.

Antwoord minister Schippers op Kamervragen

Uitspraak Hoge Raad

Half maart verschijnt in het MEDEzeggenschap magazine een uitgebreid artikel over deze kwestie.

Artikel van Loeska Bos (LCvV) en Jasper Boele (LSR) in Journaal GGz en Recht, tijdschrift voor gezondheidsrecht.

Meer over wetsvoorstel Wmcz

 

Geplaatst op donderdag 16 februari 2017.

 

Overige pagina informatie

Zoeken op deze website

Of bekijk een overzicht van alle pagina's via wegwijzer.

Recent door u bezocht