Rouwverwerking

Ik wil dat helemaal niet delen met de groep.’

'Als ik binnenkom spreekt Johan mij aan. Of ik even tijd heb, vraagt hij. Hij doet zijn best om zijn emoties de baas te blijven. Maar in zijn ogen staan tranen. Een vrouw uit zijn woongroep is twee weken geleden plotseling overleden. De hele groep is erdoor van slag. Er wordt veel over gepraat; in de groep, met de begeleiding. Op zich is dat goed. Maar voor Johan niet. Hij had sinds een paar maanden een relatie met de vrouw. Dat wist ook iedereen. Dus hetverdriet van Johan is anders. Hij wil dat helemaal niet delen met de groep. Zij snappen er niets van, en de begeleiding ook niet.

Ik luister naar zijn verhaal. Hij vertelt over zijn relatie, het plotselinge overlijden, de begrafenis en hoe alles daarna ging. Het lucht Johan zichtbaar op. We bespreken hoe Johan het liefst met zijn rouwproces zou willen omgaan. Al pratende besluit Johan dit met zijn persoonlijk begeleider te bespreken. Hij laat mij weten hoe dat gegaan is.

Anderhalve week later zie ik Johan opnieuw. Hij heeft erover gesproken met zijn persoonlijk begeleider. Zij begreep het heel goed en ze hebben afgesproken dat Johan aangeeft wanneer hij erover wil praten. Ook hebben ze samen aan de groep uitgelegd waarom Johan er niet steeds met de hele groep over wil praten. En eigenlijk snapte iedereen dat ook wel.

Johan's verdriet is er niet minder om geworden. Dat heeft tijd nodig. Maar hij voelt zich wel begrepen en een stuk minder eenzaam.'

 

Overige pagina informatie

Zoeken op deze website

Of bekijk een overzicht van alle pagina's via wegwijzer.

 

Servicemenu