Seksueel misbruik
M. maakt zelf wel uit wat goed voor haar is
'Ik schenk nog een kop koffie in voor M. Ze kijkt me dankbaar aan. Strijkt haar haar naar achteren en gaatverder met schrijven. Het is niet de eerste keer dat M. voor mij zit. En het zal ook niet de laatste keer zijn. M.is 36 jaar. Ze revalideert na een ernstig beenletsel. En of dat niet genoeg is, is M. seksueel lastig gevallen oor haar behandelaar. De eerste keer dat het gebeurde dacht ze nog dat het aan haar lag. Dat ze zich vergiste. Maar toen er de tweede keer weer iets dergelijks voorviel heeft ze furieus aangifte gedaan bij de politie. Dan treedt er heel wat in werking; allerlei offi ciële regelingen gaan gelden, familieleden,medewerkers van de instelling, iedereen bemoeide zich met de zaak. De behandelaar is eerst geschorst en daarna ontslagen.
De zaak lijkt af. Maar niet voor M. M.zit er mee in haar maag. Sterker nog ze zit in de knoop met haar gevoelens. Met wat er gebeurd is. Maar ook hoe alles gegaan is. Ze voelt zich boos en verdrietig. Waarom heeft iemand die ze vertrouwde zoiets gedaan? Door de instelling is alles goed opgepakt. Wat konden ze ook anders; M. was vastberaden in wat ze wilde. Ze heeft van het maatschappelijk werk van de instelling hulp gekregen bij het verwerken. Dat heeft haar goed gedaan. Maar het is voor haar nog niet klaar. Ze blijft de behoefte houden om haar behandelaar te laten weten wat hij haar heeft aangedaan. Ze wil hem een brief schrijven. Maar de instelling raadt haar dat af en geeft het adres niet. Ook weigeren ze voor haar de brief aan de behandelaar door te sturen. Met als reden dat dat niet goed voor haar zou zijn. Ze is hier boos om: alsof ze zelf niet uit kan maken wat goed voor haar is.
M. heeft mij het verhaal uitgebreid gedaan. Ik heb in overleg met M. afgesproken dat we ons nu op één ding richten. Dat is hoe M. zo dicht mogelijk bij haar eigen gevoel kan blijven. Ik ga M. helpen aan te geven wat zij zelf wil en samen met haar kijken waar ze behoefte aan heeft. Samen hebben we het erover gehad hoe we dat gaan doen. M. heeft uiteindelijk besloten een brief te schrijven aan de dader. Niet om hem op te sturen, maar voor haarzelf. En verder wil ze nog een brief sturen; namelijk aan de directeur van het revalidatiecentrum. Om hem te vertellen wat ze er van vindt dat ze weigerden haar brief door te sturen omdat het niet goed voor haar zou zijn. Deze betuttelende houding pikt ze niet.
Ze heeft geprobeerd thuis wat op te schrijven. Maar dat lukt niet. Het is zo confronterend. Daarom doet ze het in mijn aanwezigheid. Af en toe als het haar teveel wordt blaast ze stoom af. Dat geeft haar lucht. M. geeft aan hoe goed het is dat ze vasthoudt aan haar gevoel. ‘Anders had ik mijn revalidatie aan de wilgen gehangen en nooit meer een voet in dit gebouw gezet,’ verklaart ze.'
Overige pagina informatie
Zoeken op deze website
• Of bekijk een overzicht van alle pagina's via wegwijzer.
Recent door u bezocht
Lees voor
